Gent in 14 en 15de eeuw

In de 14de eeuw lag Vlaanderen onder Frans bewind. Onze adel was door huwelijken nauw verbonden met de Franse adel. De rijkdom van de Vlaamse steden was gebaseerd op de lakennijverheid en de grondstof, wol kwam uit Engeland. De handel was gericht op Engeland en niet op Frankrijk.

Door het conflict tussen Engeland en Frankrijk dat in 1337 uitbarstte, zat Vlaanderen in een benauwde situatie. De 100-jarige oorlog begon.

De Franse koning voerde een wol embargo in. Hierdoor rebelleerden de Vlaamse steden. Er ontstond een burgeroorlog tussen de Engelsgezinden en de Fransgezinden. De Engelsgezinden wonnen. Gent is op dat moment de belangrijkste en rijkste stad in Vlaanderen.

Maar na de moord op Jacob van Artevelde (volksleider Gentse opstand) in 1345 sluit Vlaanderen zich terug aan bij de jonge Graaf Lodewijk van Maele en bleef lang bevriend met Gent. Zelfs toen andere steden revolteerden, bleef Gent rustig. Gent bloeide door de lakennijverheid.

Doch toen de Graaf in 1379 de toestemming gaf aan Brugge om een kanaal te graven van de Leie naar Damme kwamen de Gentenaars in opstand. Het waren de Witte Kaproenen (soort van paramilitaire Gents politiekorps) die de Brugse dijkgravers vermoordden. De vredespolitiek van de Graaf had gefaald. Gentse gilden met de Kaproenen aan het hoofd wilden absolute autonomie en er ontstond een ongenadige strijd die 6 jaar zou duren. De Gentenaars hadden als doel een onafhankelijke stadstaat Gent die over gans Vlaanderen zou heersen. De strijd kent wisselende successen en voor het eerst pasten de Gentenaars de guerillatactieken toe. Een van die nieuwe tactieken was het “marauden” van het platte land om zo de stad te provianderen en om de vijand te ontmoedigen. Gent stuurde kleine groepen vermomde Witte Kaproenen uit die “Reyseghers” genoemd werden.

Na de dood van de Graaf beloofde de eerste Bourgondische Hertog Philips de Stoute volledige amnestie aan Gent en het behoud van rechten. Zo gaf hij Gent de indruk dat ze gewonnen hadden doch veel wevers waren ondertussen al vertrokken naar Engeland en de Vlaamse know-how verhuisde. Uiteindelijk kwam Gent in verval. Er ontstond een lange periode van hongersnood en zwarte ellende.

In 1404 volgt Jan zonder Vrees zijn vader op. Onder de Bourgondiërs waren het sombere tijden voor de gewone Gentenaars. Enkel kapitaalkrachtigen en Bourgondische ambtenaren hadden het naar hun zin. In 1419 wordt de hertog vermoordt en wordt opgevolgd door Filips De Goede. Hij werd ook de "eenmaker van de Nederlanden" genoemd. Regeren en oorlog voeren kost geld en de kas van Filips de Goede moet gevuld worden. Gent is in zijn ogen nog steeds een rijke stad en hij heft in 1449 opnieuw een extra belasting op zout. De Gentenaars schreeuwen om oorlog en de revolte tegen de hertog is een feit.

Het wordt zeer onrustig in Gent en de partij van de Gentse wevers dreigen de macht terug in handen te krijgen. De “Bourgondische” kliek maakt zich schuldig aan lastercampagnes en omkoperijen om bij verkiezingen de gildes te laten verliezen. Uiteindelijk wordt een complot verijdeld en bekennen de beschuldigden schuld. De Gentenaars schreeuwen om oorlog en de revolte tegen de koning is een feit. Strijdkreet : “Ghendt ende Vriendt”.

Gent staat echter vrijwel alleen in haar strijd tegen de koning. Enkel de dorpen in het land van Waas scharen zich achter de Gentse Leeuw. De rest van Vlaanderen, Brabant, Henegouwen, Holland en Picardië blijft onder de macht van het Lotharingse Kruis (Bourgondië).

Gent zoekt steun bij huurlingen, mn. de “Grandes Compagnies”. Dit waren gegroepeerde huursoldaten die tijdens de 100 jarige oorlog ontstonden. Samen met enkele grandes compagnies en hun eigen vernietigingscommando’s de Reyseghers brengen de Gentenaars een “force de frappe” op poten.

De Reyseghers vertrekken samen hun leiders (deken van de weversgilde)Sersanders en “Wreker”Boone (deken van de beenhouwersgilde) naar Laarne. Daar bevindt zich de Compagnie de la Verte Tente.

In 1451 hebben de Gentenaars een leger samengesteld ; Witte Kaproenen, Ninovenaars, boeren uit het Waasland, Groententers, Reyseghers en een 100-tal Engelse ruiters.

Aan de andere kant hadden we Hollandse, Zeeuwse, Brabantse, Henegouwse, Picardische, Bourgondische troepen en ook milities uit andere Vlaamse steden (waaronder Gruthuse).

Het was oorlog en een steekspel van kleine schermutselingen en raids vonden plaats. Bovendien had Filips de Goede elke Gentenaar vogelvrij verklaard. Elke Gentenaar mocht gedood worden.

2 jaar werd er langs beide zijde gevochten, geplunderd en vernield. Een rechtstreekse confrontatie werd vermeden. De Bourgondische en Picardische troepen staken alles wat ze passeerden in brand. Als reactie op deze “verbrande aarde” techniek antwoordde Gent met zijn Reyseghers en Groententers die dood en vernieling zaaide. De Reyseghers hielden lelijk huis in de buurt van Oudenaarde, Zeeland, Henegouwen, Zeeuws-Vlaanderen, Brugge en Kortrijk.

Tijdens het beleg van Oudenaarde (april 1452) door de Gentenaars moeten deze tijdens het wegvluchten hun artillerie achterlaten, waaronder de Gentse Dulle Griet. Hierop wordt Gent op zijn beurt van 1 tot 15 mei bestookt met artillerie. De Bourgondiërs druipen uiteindelijk zelf af naar Aalst, Dendermonde en Oudenaarde.

Op 18 mei 1452 verliezen de Bourgondiërs de slag om Lokeren.

Op 25 mei 1452 bij de slag om Nevele moet uiteindelijk het grotere Bourgondisch leger met zware verliezen vluchten.

Op 16 juni 1452 bij de slag om Bazel(Rupelmonde) wordt Filips favoriete bastaardzoon Corneille oftewel Cornelis van Beveren met een speer doorboord door wegvluchtende Witte Kaproenen. Als wraak voor diens dood laat Filips 2000 gevangenen afmaken en wordt het Waasland gebrandschat.

In juli 1452 zat het gros van de commando’s van de Groententers en de Reyseghers in het kasteel van Laarne. Het oppercommando van de Bourgondiërs verhuisde van Oudenaarde naar Dendermonde. Van daaruit probeerden de Bourgondiërs de bevoorradingsroutes van Gent af te snijden. Het ene offensief volgde het andere. Filips de Goede slaagde dankzij het verzet in Laarne er niet in om door te breken naar Gent. De Reyseghers hielden stand. Een Bourgondisch leger viel het kasteel van Laarne aan doch Groententers en Reyseghers versloegen het leger.

In augustus 1452 kwamen er vredesonderhandelingen in Lille. De 3 rechters werden echter door Filips omgekocht (6000 pond) en gaven hem over gans de lijn gelijk. Gent moest om vergiffenis smeken en een spectaculaire boete betalen. Gent aanvaardde niet : “’t Volck warter zo inne beroert dat de orloghe van nyeux weder upprees, stercker dan te vooren.”

In het najaar van 1452 werden gevechten nog heviger en ongenadiger. De Bourgondiërs probeerden Gent uit te hongeren door alle huizen, hoeven en schuren in een straal van 8 km rond de stad plat te branden. In één week tijd gingen 8000 huizen in de vlammen op. Kroniekers schreven dat nog nooit zoveel gruweldaden werden verricht. De Bourgondiërs maar ook Gentse huurlingen verkochten mannen, vrouwen en kinderen aan hun soldaten. Wie niet verkocht geraakte werd verdronken, opgehangen of het strot overgesneden. Tot overmaat van ramp brak ook nog eens de pest uit.

In de winter van 1452 slagen de Reyseghers er net niet in om in Rijsel het Bourgondisch buskruit te laten ontploffen.

De verschrikkingen duurden tot de zomer van 1453.

Toen bleek echter dat Gent stillaan aan het verliezen was. De Gentse bolwerken werden ingenomen. De leider van de Groententers (Bastaard van Blanstreyn) verloor het leven bij de verdediging van het slot van Schendelbeke op 27 juni 1453. De compagnie doekte zichzelf op en viel uiteen. Het slot valt in handen van de Bourgondiërs.

Het kasteel van Poeke wordt in een beleg van 4 dagen puin geschoten op 5 juli.

Na een vals bericht verstuurd door omgekochte Engelse officier, John Fox, stroomden de Gentse milities naar Gavere. Hij had valselijk laten weten dat het Bourgondisch leger, wegens het uitblijven van soldij, aan het ontbinden was te Gavere. Op 23 juli 1453 botsten de Gentenaars echter op een perfect opgesteld leger. Het werd een ware slachtpartij. 16000 Gentenaars en 4000 Waaslanders lieten het leven. 1000 zelfmoordcommando’s voornamelijk Reyseghers en overgebleven Groententers bleven tot het bittere eind vechten en konden zo de stad tijd geven om zich in paraatheid te brengen. Tijdens dit gevecht raakte Filips zelf gewond.

Gent wist zich van een inname en plundering te redden doch moest vernederende overgavecondities tekenen. Wekenlang zouden lijken van bij de slag van Gavere via de Schelde aan de St.-Lievenspoort de stad binnendrijven. De Witte Kaproenen en Reyseghers worden onbonden en ontslaan.

Filips De Goede regeert nu over het hertogdom Bourgondië, Brabant, Limburg en Luxemburg en over de graafschappen Vlaanderen, Artesië, Namen, Holland, Zeeland en Henegouwen.

Hij voerde veel hervormingen door die het bestuur over zijn gebied moesten vergemakkelijken. Vooreerst begon hij met de invoering van een centraal bestuur voor alle Nederlandse gewesten, alsmede een centrale rechtspraak (de Grote Raad) en een centrale inning van belastingen. Om dit centrale overleg mogelijk te maken, stelde Filips de eerste Staten-Generaal in. Hun eerste belangrijke bijeenkomst was in het jaar 1464 in Brugge. Deze vergadering ging de geschiedenis in als de eerste van de Staten-Generaal.

Filips regeerde tot 1465, zijn zoon Karel de Stoute volgt hem op.

Gent, steeds in conflict met het Bourgondisch bewind.

Wie waren nu de Reyseghers van Ghendt?

De Reyshegers waren kleine, geselecteerde groepjes van ruiters en infanteristen die in vijandig gebied doordrongen. Hun doel was om het omliggende platteland te plunderen , duistere zaakjes op te knappen en schermutselingen uit te vechten met vijandelijke troepen. De buit werd dan meegebracht naar Gent.

Ze waren een onderdeel van de Witte kaproenen doch niet elke Reysheger was een Kaproen. Een groep Reyshegers werd samengesteld in functie van het doel. Zo konden de kaproenen waar nodig bijgestaan worden door bv. huurlingen, leden van de schuttersgilde, van busschieters,...